24-11-06

Als het maar een plaats heeft

IM001490Ik weet echt niet maar waar ik alles moet hangen ,normaal moet ik stoppen mat schilderen, want verkopen doe ik al lang niet meer dus moet ik mischien nog een verdiep opo mijn atelier zetten, zoniet dan weet ik het niet maar.

15:58 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-11-06

Heilige Moeder met haar kind Jezus

IM001488Aan Ikonen werken kan ik niet laten,maar ik he er verschillende staan in wording dus is het gemakkelijk  van de een naar de andere te werken, dat wil niet zeggen dat ik er ieder week een afmaak, nee zo werkt ikonen schilderen niet.

15:44 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-11-06

Dinges om mee te spelen

IM001479Ik kan altijd niet schilderen, en buiten mijn orgels heb ik nog ander materiaal om mee te spelen.

17:52 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

24-10-06

De Reus der kempen in Hoogstraten

kerktorenDat ik van Hoogstraten afkomstig
ben dat wist u al, maar dat ik ooit

 de toren heb beklommen en door

 het blauw bollenken boven op de

 toren het kruis heb geraakt dat

wist u nog niet, het mocht wel niet

 maar ik wilde dat doen.

Beneden stonden wel honderd

mensen te zien en ik was fier maar

 wist niet dat de rijkswacht mij stond

 op te wachten.Het verloop was niet

 denderend, want het leef bij een vermaning .

11:18 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: stafwillemsen, ja |  Facebook |

23-10-06

Ik kan het niet goed, maar doe het wel graag

IM001455steeds slechte foto's van mij , maar het lichaam heb ik wel mooi geschilderd, ik denk dat ik het verkocht heb aan de I.H.D.M.BANK in de Pelkaanstraat.Ge moet het goed bekijken dan zal u zien dat het vlees is dat ik geschilderd heb,zelfs mals vlees!!!.Naakte schilderen is niet mijn sterkste kant, maar het heeft  in mijn atelier maar een dag overleeft en het was verkocht. Is  al veel jaren geleden.

15:19 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Een begijn in haar bidkamertje.

IM001454Nog een zeer slechte foto van een begijn maar ja zij waren niet zo fotoginiek, en verder ik had er geen beter.Normaal gezien was dit het enige wat zij te doen hadden, dat was bidden , en met den heer praten, waarover dat weet ik niet,mischien om te vragen of ze ook naar de hemel mochten gaan , zoiets zal het wel geweest zijn

14:31 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Begijn Van De Wijgaardgaard gaat haar dagelijks werk doen in de kerk

IM001453Deze begijn heb ik geschilderd op het begijnhof in Hoogstraten.Het is begijn Van de Wijngaard kosteres die langst de kleine deur het sacristie binnen gaat  van de begijnhof kerk, zij was niet van de gemakkelijkste, maar ja een baas van de kerk moet streng zijn, en bizonder als ze om stoeltjesgeld rond kwam. In die tijd had de kosteres een beurs eenhangen met geld en als het stoeltjes geld b.v.10 centiemen was en men gaf 25 centiemen dan gaf ze weer.Zo was het toen

14:18 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-10-06

BEGIJNEN AAN DE INKOM VAN DE BEGIJNENKERK TE HOOGSTRATEN

groepsfotobegijnenIn de tijd dat ik nog thuis was kende ik al die begijnen met hun naam vanaf moeder overste begijn Wallebroeck tot de kleinste van gestalte begijnje Antes.Ik kan ze nog allemaal met de naam noemen maar daar heeft niemand iets aan dus daarom.Toen ik nog naar de lagere school ging, mochten ik bij sommige begijnen brandhout gaan kapittelen en kon zo een centje bijverdienen, niet vergeten, toen werd er nog betaald met kwartjes (25 centiemen).De meeste begijnen waren goed bemiddeld want hadden geen ander inkomsten , hoogtens wat intrest.

16:42 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

 Convent op het begijnhof van Hoogstraten

museum Hier kan u nog een pand zien van het begijnhof in Hoogstraten. Hier heb ik mijn jonge jaren doorgebracht Onze tuin kwam vast tegen het begijnhof, zelfs het nachtpoortje kwam aan onze hof, dat poortje diende alleen voor dokter indien er begijnen ziek waren.De grote poort van het begijnhof was in de vrijheid en die ging om 8 dicht en konden de begijnen niet meer van het hof, het sluiten van de poort werd met klokkengeluid van de begijnhofkerk gemeld. Normaal werd er geluid door begijn van de Wijngaard die kosteres was, ook zij luide s'morgens als de poort openging, en de deur van de kerk.Het grote gebouw dat ge op de foto kan zien was het Convent waar begijn Brandel woonde en bestuurde het huis ten dienste van vergaderingen of bijeenkomsten van de K.A.J.  onder leiding van de proost van het begijnhof Pastoor Van Reusel. 

16:24 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-10-06

STUKJE BEGIJNHOF HOOGSTRATEN

begijnhof[1]Dit is maar een klein gedeelte van het begijnhof in Hoogstraten.

14:43 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-10-06

 HEILIGEN SCHILDEREN

  Honderdtachtig dagen aan het Altaar van St. Antonius Abt   in d e kerk van St. Antonius Zoersel.

                  HEILIGEN SCHILDEREN IS EEN BEESTENWERK

En de profeet sprak: talrijke huizen vallen in puin ook de mooiste en grootste staan leeg en verlaten.( Jes.5, 9)

                                 Kerk en Wereld Financieel Bekeken.

Een kerk die integrerend deel is van de burgerij en ook door giften en erediensten word onderhouden, want reeds bij decreet van 16 Oktober 1830 was er vrijheid van eredienst. De wedden van de bedienaren van erediensten en de pensioenen komen ten lasten van de staat; de bedragen worden jaarlijks op de begroting uitgetrokken. Zo was het vroeger

DE KERKFABRIEKEN.

De begroting der kerkfabriek word door het bureau opgemaakt en aan de raad voorgelegd; zij word voor advies voorgelegd aan de gemeenteraad en via de gouverneur aan de bisschop overgemaakt deze kan de begroting goed keuren.

Kloosters zijn arm of rijk.

Kloosters (sommigen) kunnen gerekend worden bij de middenklas grootgrondbezitters. Sinds 1970 is er een kering gekomen in het maatschappelijke van het kloosterleven. De reden is een slinkend aantal roepingen. Kloosters leven zeer zuinig ,

Franciscus beschouwde armoede, het verzaken aan elk persoonlijk bezit, zelfs de monnik maak zelf zijn pij met grote zakken.

MOETEN KERKEN EN RELIGIEUSE GEMEENSCHAPPEN BEZITTINGEN HEBBEN.

Het kerkpatrimonium laat de laatste vijftig jaar veel te wensen over wat betreft onderhoud van de kerken binnen en buiten. De inkomsten wegen niet op tegen de zware uitgaven.

                                  Kerkdienaars die voor bezoldiging in aanmerking komen.

In1831 werden de wedden van hoge clerus, zoals deze van de ambtenaren verminderd. Pas in 1837 zijn de wedden van pastoors en kapelaans ten laste van de staat (voorheen ten laste van de kerkfabrieken)

Nu ten dage is het nog steeds hetzelfde (Kerk- Gemeente- Staat). Besparingen zijn ten dage niet meer mogelijk wegens de grote onroerende goederen en hun onderhoud dat de kerk inhoud.

                                                               DE KERKFABRIEK.

De kerkraad is een algemeen beraadslagend en beslissend orgaan dat algemene verordende macht bezit: hij stelt de begrotingen en rekeningen vast, geeft toelating tot buitengewone uitgaven, beslist over rechtgedingen enz. De Kerkraad bestaat uit 9 verkozen leden (in een parochie met meer dan 5000 inwoners; 5 verkozen leden uit leden in kleinere parochies) te nemen uit vooraanstaande personen, katholiek en in de parochie woonachtig

.Zo was het vroeger.

Van rechtswege zijn lid van de kerkraad : de pastoor- de burgemeester maar volgens de kerkelijke wet zou een vrouwelijke burgemeester geen lid kunnen zijn. Om de drie jaar moet de helft van de raad worden vervangen, zo was het vroeger jaren.

Tegen over de kerkfabriek is de gemeente verplicht jaarlijks op haar begroting in te schrijven de hulpgelden aan de kerkfabrieken waneer hun eigen middelen ontoereikend zijn om verplichte uitgaven te dekken.

De gemeente voorziet tevens wat de buitengewone behoeften aangaat, in de grote herstellingen van de gebouwen van de eredienst. Tegenover de pastoor rust op de gemeente de verplichting en pastorie, of een woonst met hof, of woonstvergoeding te verschaffen, maar van altaren schilderen heb ik nooit iets vernomen aangezien men steeds dacht bij het schilderen van de kerk dat de altaar en zijn retabels er nog goed uitzagen en werd er alleen veel gewerkt met boenwas, maar in de kerk van St. Antonius Abt is daar wel behoeften aan, want de beelden en de constructie van het altaar zijn versleten tot op den draad. Wat vuile boenwas en kaarswas is het enige wat het altaar nog overeind houdt.

De kerkfabriek heeft plannen om de kerk te laten schilderen en het dak en muren langst de buitenkant te laten herstellen tegen datum in 2004 maar van altaren restaureren en schilderen werd niet gesproken. Ten eersten valt dat onder den noemer kerkhuishouding, volgen mijn mening een post appart, ofwel is het ten dagen niet meer betaalbaar, maar ik ben er niet zeker van.

Aangezien ik al vele jaren iedere zondag de kerk opendoen en de offerkaarsjes bijvul en zo nog enkele kleinigheden zoals de portalen opkuisen als het kermis heeft geweest enz; enz. brengt mij er soms toe een gesprek te voeren met de pastoor. Zo kwamen wij in een gesprek over het schilderen van de kerk, maar daar ik veel kerken had geschilderd vroeg ik aan de pastoor of ik toezicht mocht hebben op de werken als het zo ver was, wat hij met open armen aannam, en zo kwam van het een het ander en kregen wij spraak over de altaars die er zo triestig bijstonden.

Natuurlijk is altaren schilderen een dure post , en toch dacht ik er aan dat in mijn oude dag nog eens te doen voor een goed werk, maar ik had zonder de waard gerekend en dat was moeder de vrouw, want als ik het zou doen zou zij mij wel een zomer moeten missen, doch was het een meevaller, want als men weet wat ik door ongelukken al meegemaakt heb en er nog altijd ben zegde mijn vrouw dan mag u wel eens iemand danken, en ze had gelijk, en ik zegde toe aan de pastoor.

Ik kon beginnen waneer ik wilde, dus ik was mij zelf de baas maar een baas zonder gasten dat was ik wel niet gewoon, en het eerste wonder geschiede !!!! Leo Van Wuystwinkel die ik al vroeger kende zou mij helpen, hij had een koffertje met verftuben en penselen dus de man die ik kon gebruiken.

Dat hij geintreseerd was in schilderen dat wist ik en dat hij latijn kende dat wist ik ook, want hij had het simenarie in Hoogstraten afgedaan dus hij kende Latijn.

Ik maakte thuis alles gereed wat ik dacht nodig te hebben voor het schilderen van de altaren want daar ging het ten slotten over. Ik had nog veel geslepen verf staan die nodig was voor de beelden te schilderen, maar in plaats van medium te gebruiken nam ik gewoon cobalt en ruwe olie zoo zou ik weer het oude kunnen laten ruiken en zou het goed aangenomen worden door de beelden, ik mocht natuurlijk niet vergeten de verharder mee te nemen.

Ik herinner mij nog de eerste dag dat wij aan de altaren begonnen, en als ik eerlijk moet zijn had ik veel hulp aan de Leo de eerste dag. Ik had direkt op dat hij een kijk had op de situatie.

Natuurlijk moest er eerst veel gewassen worden en hersteld want er was op verschillende plaatsen stuk aan de structuur. Dan kwam de dag dat ik mij palet vulde met verf en toen kwam bij de Leo de grote intresse boven, en dat deed me goed want ik dacht als hij dat werk dat maanden gaat duren niet beu word zal ik aan die man veel hulp hebben , en zo ik dacht geschiede, hij was soms zelf corect.

Wat ik aan de Leo goed vond was dat hij de kerkgeschiedenis uit zijn hoofd kende, ik had al wel veel kerken geschildert maar de geschiedenis was toen voor mij bijzaak.Het masief houtwerk van de altaren werd verzadigd met olie en de nodige toevoegsels zoals ze dat vroeger deden.Er waren natuurlijk plaasen bij waar men niet goed bijkon, en die moesten we dan demonteren want langst achter komt de memel daar nog eerder in dan langst de voorkant.Ik sprak van olie en een toevoegsel dat was uitsluitend voor de memel, want met iname overleeft men dat niet, ook de memel niet.

Dan begon het eigelijke schilderwerk met geslepen verf want de hedendaagse verf wilde ik niet toepassen daar het niet geschikt is om het oude uitzicht te waarborgen.

Ik zag al rap in dat ik de Leo iets moest bijbrengen, want wassen en schuren zou hem rap ontmoedigen en daarom liet ik hem aan het gedeelde dat met het penseel moest gegoud worden werken, in de beginne was het traag maar al rap had hij de knepen daar van vast,dus we zouden wel met zijn tweeen blijven.Het is wel zo dat ik soms in de kerk onze lieve Heer moest aanspreken maar ja hij zou mij wel vergeven.

Kerken schilderen is iets speciaals, men werk aan een beeld en terzelfde tijd probeert men het beeld te indificere of hoe zouden die vroeger geleeft hebben, hoe zou het komen dat die heilig zijn verklaard enz enz…

Het innig bezig zijn met zo iets komt een mens maar alleen ten goede want er waren heiligen bij die veel geleden hadden vooraleer ze op een stulp mochten staan,want volgens mij worden die soort mensen niet veel meer gemaakt. De Leo en ik zijn mensen die nogal van stapel durven lopen, ewel in de kerk hadden wij daar geen last van want het gaf de indruk dat men steeds om stilte vroeg, en werkelijk men werd daar stil zonder pillen te slikken.

Mijne helper en vriend Leo zou graag de klappen van de zweep leren maar dat is niet zo simpel, deuren ramen en muren schilderen is maar kwestie van oefening maar waar ik in de kerk mee bezig ben kan niet op enkele dagen overbrengen want ik had daar zelf jaren voor nodig

Daar ik de ambachtschool op de paardenmarkt in Antwerpen heb gevolgd afdeling (hout marmer en goud) onder leiding van professor Muller uit Deurne vond ik mijn weg bij een kerkschilder die me daar was komen vinden door het voorstel van Prof. Muller. Het gebeurde wel meer dat schildersbazen daar hun vakmensen kwamen zoeken, in dit geval was dat Edmond Vinck Procesieweg St. Lenaarts. Rond die tijd ongeveer 1950 van de tweede wereldoorlog werd veel oorlogschade uitbetaald, ook aan kerken die geleden hadden door de oorlog, daarom was er veel werk aan kerken en kon ik beginnen bij Edmond Vinck.

Ik zou de pastoor nooit beloofd hebben van de altaren ende heiligen te schilderen k als ik me niet had kunnen waar maken,want hoe ge het keerd of draait het blijft monnikenwerk en men moet weten waar men mee bezig is want het moet jaren mee kunnen. Ik herinner mij nog goed de eerste kerk waar ik al aan marmer en de kruiswegmocht werken en dan pas geschoold of niet weet men maar pas wat er bij komt kijken en wat ge nog te kort schiet.

Kerken schilderen is niet zo simpel als men zou denken maar het kon mij weinig schelen daar ik mij lessen uit de ambachtschool onder de vorm van marmer en goud pakken in de praktijk kon omzetten, en daarbovenop werd het goed betaald want er was bij mij wedde veel bibbergeld bij, zeker in bepaalde kerken. Maar als er mij iets was tegen gevallen dan was het wel kerken schilderen want het was hard en zwaar werk, zeker in de hoogte eens de muren en plafonds klaar waren dan was het vakmanschap dat moest boven komen. Mijn eerste kerk waar ik in werkte was de kerk van Stabroek een mooie kerk maar wel erg onderkomen. De stellingopbouw op zich zelf was al iets apart want wij werkte met een stelling speciaal gebouwd voor kerken, men kon die stelling van over de helft laten overhevelen zodat men aan het groot altaar niet moest verbouwen .

De muren van de kerk afwassen stond niet in het boekje en daarom werd bij opstelling ook direct geschilderd .Het gebeurde wel dat er controle was van een aangestelde, maar dat was geen probleem zolang die man maar niet durfde klimmen, maar het gebeurde wel dat een inspecteur boven op de stelling aankwam om te zien of alles wel was volgens het lastenboek gebeurde en als er met latex geschilderd werd dan maakte wij ook gebruik van veel water. Baas Vinck werkte met ongeveer zes man als ik me niet vergis, Louis De Beukelaar (De Weps)- Staf Hoek- Sooi Adriaansen- Jos van Winckel ikzelf en nog ene koeter daar weet ik de naam niet meer van en soms zwartwerkers maar artistieke jongens stonden niet in de ploeg, wel goede werkmannen schilders maar niet kunstzinnig.

De materialen waar wij mee schilderde was op basis van acryl en werd van af de koeter met de

katrol naar boven getrokken, die verf was verlengbaar met water en het gebeurde dat er meer water naar boven getrokken werd dan verf (koeter kleine gast).

Houtwerk van de altaren en bichtstoelen werd doorgaans met vloeibare was bewerk of geschilderd in kleur naar gelang het lastenboek. In een kerk was er altijd iets te beleven ook bij grondwerk was er altijd het nodige nat aanwezig want mijn baas deed niet liever maar dat maakte dat hij mij wel aan marmers en goud liet werken, want hij was soms meer weg dan in de kerk.

Zo heb ik in Stabroek voor het eerst in mijn leven een kruisweg geschilderd, natuurlijk was dat voor mij nieuw,maar ik heb dat toch tot een goed einde gebracht. In de laatste statie heb ik zonder dat de baas dat wist mij S.W. ingeschilderd. Ik moet zeggen dat vinck wel een goede schilder was en zeker op gebied van kerken ,want aan die eerste kruisweg die ik in Stabroek mocht helpen schilderde baas Vinck ook mee en stond ik meermaals met een rode kop, want zo simpel was het nu ook weer niet. Ik herinner mij nog dat wij eens een altaar van de zijbeuk moesten wegtrekken om dat en de boven retabel beter kon bereiken langs achter dan langs voren wegens de ornamenten die in de weg stonden. Op zich zelf geen probleem was het niet dat daar aan de achterkant in het altaar een kruisfix stond, niemand had het gezien maar ik wel en het was een wonder van een kruis, waarschijnlijk had men dat vroeger om de een of de andere reden verstopt, ik had het kunnen meenemen maar ik durfde niet, waarschijnlijk staat het er nog. Wat ik niet met zekerheid weet is of het in de kerk van Stabroek was of in de kerk van Wuustwezel.

Wat altijd niet op wieltjes liep was het schilderen van de kerk langst de buitenkant, de kapelenkens en de kroonlijsten "want die waren niet breed", en soms brutaal onderkomen, eigen aan kerkgoten want men moest er voet voor voet doorgaan zo smal waren die en men mocht al een goede klimmer zijn maar als ge door die goten moest lopen om ze te schilderen dan dacht men wel op iets beter.

Zo was er het kruis en de daarbij horende donderroede zoals men een bliksemafleider noemde, want die hadden ook recht op een laagje verf of blackvernis. Voor zulke dingen stond men niet te dringen alhoewel het goed betaalde.

Aangezien Vinck me nogal veel binnen hield voor ander werk kon ik niet genieten van bibbergeld, maar ik kon me wel meer ontplooien in mijn schildersvak, b.v. het uitzetten van de onderlagen voor marmers en gedeeltelijk helpen aan het zetten van de marmers, en zeker aan de drijvende marmers, ook het uitdassen was nogal aan mij besteed, ook bij het fileren mocht ik helpen daar ik nogal een vaste hand had, trouwens hij had me voor dat soort werk uit de ambachtschool gehaald.

Het bewerken van bladgoud is ook niet zo simpel, het snijden alleen is al een kunst op zichzelf en het opnemen op de spalter vraagt veel oefening, doch kon ik daar nogal redelijk mee overweg.

De kerk van Achterbroeck was een ander geval. Die kerk was nieuw en er was niet zo veel in te doen. Ik herinner mij nog dat daar en nieuwe pastoor werd ingehaald zoals men dat noemde en de mensen van de parochie hadden het dan wel heel feestelijk willen maken met hun bloemetjes en tiereliertjes en ook met hun spandoek over de straat gespannen en u mag raden wat er opstond ‘WELKOM IN ONS ACHTERBROECK’ stelt u voor.

In de kerk van Oostmalle was veel imitatie marmer geschilderd en bladgoud geplakt iets wat wel oefening vraagt, doch ik voelde me daar wel goed mee. Ook het kerkje van Pulle was de moeite om in te werken met zoveel details dat het niet op te noemen is, en deed nogal oud aan en zo werd ik kerkschilder met de kerk van Puldebosch Stabroek Zoersel Wuustwezel Kalmthout Essen St. Lenaarts enz. in 't geheel elf of twaalf kerken. Ook de kerk van het Bethaniëhuis mag ik niet vergeten met zijn mooie plafond schildering en zijn mooie friezen.

Als men veel kerken schildert gaat men zeker naar den hemel werd me wel eens gezegd maar wij dachten daar anders over want nergens kon men onder de werkuren meer plezier maken dan in de kerk want op de baas na die er niet altijd was kon men wel stoten uithalen b.v. als wij heiligen moesten schilderen hadden die bij ons allemaal een naam die wij zelf gaven, de enen noemde wij den blotte den anderen de rosse en als het vrouwelijke heiligen waren dan kregen die wel eens een bijzonder behandeling ach we waren nog jong en namen het nog niet zo nauw. Ook bij het werken op grote hoogte moest de koeter altijd zien dat alles optijd aan de katrol hing anders werd er wel een geroepen met gods naam.

Wat er op de zolders van de kerken zit kan men niet in een boek schrijven, doch werd er door mannen van het kerkfabriek of zo iets in die aard wel aardig wat naar huis gesleurd , als ik het zo mag uitdrukken, want met een kerkschildering staat de kerk op zijn kop en is controle onmogelijk , maar wel door de kerkschilders, want die zien alles. Kerkschilder vind ik door zijn variaties nog altijd een stiel appart, waar men nog de kunst kan bedrijven.

                Materialen waar men nu in de kerken meestal mee werkt.

Door de eeuwen een is men altijd bezig geweest met het versieren van heiligen en al wat daar toe kon bijdragen.Men gaat er van uit dat Rome het voorbeeld gaf maar dat zal wel niet zo zijn. Als men na gaat wat men in het Bizantijnse rijk tot uiting bracht dan kan men zich voorstellen dat de hedendaagse kunst in mineur word uitgevoerd. Verschillende kerken Sinagoge en Moskee's waren in de beginjaren ten tijde van de geboorte van en voor Cristus al overladen met goud. Het artistieke van die tijd was onbegrensd, er werden zware offers gebracht tot het verwezenlijk van pracht en praal dat ten dage nog triomfeert, maar de herkomst is verloren (of moet die verloren zijn ) De kerken dragen nog altijd de sporen van de kleine gemeenschappen die dat allemaal verwezenlijkte. De monniken waren de eerste die aan de geboden gehoor gaven en wisten daardoor een patrimonium te scheppen waar nog menig geleerde achter zoeken Wat de Cristelijke gemeenschap die tijd omvatte waren de kleine leefgroepen en vermoedelijk is het nog wat vroeg om een juist oordeel te vormen wat er toen precies aan de gang was. Het is een frustrerende bezigheid van denken aan toen.

 

 

 

 

 

 

 

14:21 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-10-06

 ALS U HET WIL WETEN

1.

Biografie:

 

Staf Willemsen

kunstschilder restaurateur

Atelier : " Carpe Diem " Guido Gezellelaan 50

2980 Zoersel

Tel & Fax 03/383.22.00 . G.S.M. 0474/735666

Email : stafwillemsen@skynet.be

Ik ben afkomstig van Hoogstraten Parel Der Kempen zoon van Hubertus Willemsen en mijn moeder Anna Copmans, ik ben daar geboren op 05.10.29 ik had nog vier broeders en een zuster. Op de mei 1959 treed ik in het huwelijk met Juliette Pittoors dochter van de plaatselijke kleermaker Eduard Pittoors en zijn vrouw Maria Aerts.

Mijn schoonvader was een fijne man met een groot hart. Mijn vader was een knap tekenaar, heeft vele jaren avondles gegeven in de plaatselijke tekenschool, vermoedelijk heb ik de liefde tot de kunst van mijn vader.

Mijn vrouw Juliette en ik hebben ons in Zoersel gevestigd nu al vele jaren geleden. Eerst gezorgd voor een eigen huis dat we met hard werken samen hebben bijeen gescharreld en dat wij " Carpe Diem " noemde. . Het was eerst moeilijk want aan mijn huis was niet direct een atelier voorzien. Dus was ik verplicht een lege kamer te nemen die voor atelier moest dienen wat niet altijd het paardje was, daar mijn materiaal toch een verfgeur afgeeft en de slaapkamer naast mij atelier was.

Door die omstandigheden kon ik mijn schildersdoeken niet zelf maken daar dat nog een grotere reuk meebracht in mijn woning , dus ging ik maar doeken kopen .

Ik ben begonnen met mijn eerste werk te maken in olieverf in Zoersel, maar voor ik was getrouwd en nog thuis was had ik al veel werken gemaakt in olieverf die ik verkocht aan Jan en alleman, wat niet nalaat dat ik wel weet waar ik die werken heb hangen in Hoogstraten en omgeving zelfs in grote huizen bij welstellende mensen.

Er was toen al een schilderschool in Hoogstraten, maar dat was niet voor mijn weggelegd, want dat gebeurde op uur en tijd, en er moest gewerkt en ontworpen worden naar de zin van de lesgever, dat was die tijd Jos Adams maar dat hield ik voor bekeken.

Dus ik werkte op eigen kracht en om mijn werken wat bij te schaven nam ik nog enkele cursussen voor het schetsen van personen bij Remy De Pillicyn hij was een groot kunstschilder wonende te Wortel ( Fusie Hoogstraten )en afkomstig van Gent heeft me veel bijgebracht De verhouding van de menselijkheid figuur, de canon van het menselijk lichaam, de houdingen en bewegingen, schaal en verkleiningen, en verschillende wijzen van uitvoering. Ik volgde ook nog het noodzakelijke van de kennis van anatomie, de indeling van de vlakken, de kleurtoon waarde en waarschuwingen tegen starre formules want men mag niet te lichtzinnig denken over het kop schilderen want een portret kijkt u aan, vriendelijk ernstig en toch energiek.

Zo had ik toen ik nog in Hoogstraten woonde een bestelling van de K.A.J. organisatie om de kop van Cardijn te schilderen met grote afmetingen, want het zou dienen om in Turnhout op de markt te hangen bij een grote manifestatie . Ik had daar toen weinig ervaring in om zo een hoofd tot 20 maal groter te maken op een borst, en het mocht niet veel kosten want het moest maar een paar maal mee gaan, ik ben daar in gelukt en ik geloof zelfs dat ik het nog gratis gemaakt heb ook .

Ik wist al van het begin dat ik veel menselijke koppen zou schilderen zoals Schultz - Dal een voorbeeld voor vele schilders was. Hij was een groot portrettekenaar, maar ik moest nog vertrouwd geraken met de verschillende verschijningsvormen van de kop om er de juiste spirit in te leggen, en daar ben ik redelijk in geslaagd, want er ontwaakte iets in mij om de passie vast te leggen van de schoonheid van de mens.

Ik was op mijn voorlopige atelier al enkele maanden aan ’t schilderen toen ik merkte dat ik meer figuratief en typische beroepen schilderde, iets dat bij de kunstliefhebber in de smaak viel, ik durfde ook een vaas met rozen schilderen of een dreef, maar wilde altijd maar terug naar het menselijke uiterlijk en liefst oude antieke koppen of zij die aan de rand ven de gemeenschap leefde Het naakt bleef ook niet uit, en waagde mij daar meermaals aan.

Het is moeilijk om een werk als het naakt in het juiste perspectief te zien, al zijn wij allen erfgenamen van het eerste naakt. Op zoek naar stijl had ik verschillende mogelijkheden zoals schilderen met het penseel of het paletmes, of mythologische en allegorische voorstellingen, maar doch gaf ik de voorkeur aan mijn fantasie die ik in mijn verscheidenheid van werken zou toepassen, maar zonder rekening te houden met deze voorkeur, dragen toch alle werken mijn merkteken mee.

Normaal wilde ik niet geschoold zijn zelfs al had het gekund want dan draagt men die stempel mee en durft men daar slecht van afwijken. Ik wil dat natuurlijk niet veroordelen want elke schilder zal u zijn persoonlijk beeld te zien geven, maar men gebruikt niet altijd dezelfde werkwijze.

Mijn eerste tentoonstelling in Sint. Antonius 1969

Mijn eerste tentoonstelling was op 26 en 27 April 1969, die tijd had ik regelmatig bezoek van Jef Vervoort toen onderpastoor in St. Antonius dat die tijd nog niet gefusioneerd was met Zoersel en nog vast hing aan Brecht, het contact ontstond door een parochiaal bezoek. Na een eerste gesprek over alles wat ik te bieden had waaronder mijn activiteit als kunstschilder was de heer Vervoort geïnteresseerd en wilde mijn bestaande werken zien.

Hij gaf mij de indruk dat hij wel iets van kunst kende onder de vorm van goed en slecht maar ja dat is persoonlijk . Na een uurtje in mijn kleine atelier te hebben vertoeft, en wij aan ’tafel gingen voor een hapje stelde hij voor om met mijn werken tentoon te stellen in de parochiezaal van St. Antonius en volgens de onderpastoor zou het zeker lukken want zoiets was in Sint Antonius nog nooit gebeurd en toen ik er mee akkoord ging was de kogel door de kerk.

Ik had zoiets natuurlijk niet durven dromen en hapte toe, nochtans was ik niet de man om met mijn werk buiten te komen. Voor mij had in Sint Antonius nog niemand tentoongesteld.

Maar toen begon al het werk, er moesten verschillende ramen worden opgespannen – er moesten nog kaders aan – ik moest nog verschillende werken bijmaken enz. en zorgen voor de juiste kaders iets wat meer een werk was voor een incadreur, aankondigingen en uitnodigingen laten drukken, en de nodige staanders voor de werken op te zetten moesten er ook nog zijn.

Die tijd kwam David Shul nogal veel over de vloer en ik had de indruk dat hij me met dit werk wel kon helpen daar hij zelf van mij ook altijd wat nodig had.

Bij drukkerij Verbelen werden de eerste aankondigen en uitnodigingen gedrukt. David zorgde dat die werden opgehangen aan gemeentelijke borden en dat de uitnodigingen werden verstuurd. Uiteindelijk was ik met mijn werken klaar, als ik me niet vergis ongeveer een 32 werken.

Dus het was er dan toch van gekomen, en heb voor de eerste keer in de parochiezaal Sint Antonius Brecht tentoongesteld met een openingsreceptie op 26 april 1969 te 15.00 uur, inleider was Raymond Van Broeckhoven van Kalmthout zelf een goede kuntchilder maar die werd door omstandigheden vervangen door Hugo Sebreghts die kende mij maar oppervlakkig en moest van mij nog heel wat te weten komen vooraleer hij een inleiding over mij kon geven maar dat was het minste van mijn zorg, hij heeft nog verschillende malen mijn tentoonstellingen geopend.

Ik herinner nog goed hoe ik mij voelde voor ik zelf naar de opening ging, moest het gekund hebben, het had voor mij niet meer gemoeten. Ik had schrik dat er geen volk zou komen en dat men mijn werk zou afkeuren want men weet nooit of er een kunstcriticus aanwezig is, of dat ik nog niet genoeg bij mondde was om over kunst te spreken indien er vragen werden gesteld.

Ik had een recorder gekocht om wat achtergrond muziek te hebben en zo kwam er steeds nog wat uit de hoek.

En de schuimwijn die ik heb aangekocht voor de receptie, zou er genoeg zijn en al die zaken komen op u af, dus er komt iets bij kijken hé.

Toen om 2.30 uur aan de parochiezaal aankwam, stond ik verstomd dat er al volk stond te wachten, en dat deed mij goed want ik kon al wat stoom aflaten. De zaal moest gehuurd worden van de parochie en werd om het juiste uur opengedaan door de beheerder van de zaal dat was Achiel Sebreghts. Ik had voor die gelegenheid ook wat naamkaartjes laten drukken, maar zonder telefoonnummer want die had ik toen nog niet, ten eerste die luxe kon ik toen nog niet betalen en ten tweede op Zoerselhoek kon men die zo maar niet voor het zeggen hebben want er waren maar enkele lijnen.

Het was 15.00 uur en de zaal ging open en de receptie kon beginnen, intussen kwam er steeds meer en meer volk en ik werd door verschillende mensen gefeliciteerd wat ik voor het eerste in mijn leven meemaakte, en zoals ik had gedacht vroeg men mijn steeds om een naamkaartje, waar ik dan het telefoonnummer van de firma waar ik werkte maar opzette met een pen.

Hugo Sebreghts ging in de zaal op het gestoelte en vroeg enkele minuten stilte om zijn inleiding duidelijk te maken, en werkelijk toen hij over mij bezig was deed me dat wel iets, en ook onze vader en moeder waren zo fier als een gieter met het werk van hun zoon, en natuurlijk ook de ouders van mijn vrouwtje Juliette voelde zich goed. Wat ik voor de eerste maal in mijn schilderscarrière dat in feite nog moest beginnen hervaarde was dat men op mijn eerste tentoonstelling werken bij bestelde, iets wat niet onder woorden is te brengen, dus er zat muziek in mijn werk want men bestelde bij, ik had het nooit durven denken, want hoewel ik schilder was ging ik zelf nooit naar andere tentoonstellingen zien om dat ik door niemand wilde beïnvloed worden, en zo wist ik ook weinig van het doen en laten van een tentoonstelling.

Waar mijn werken van mijn tentoonstellingen hangen staat in mijn register wat zo’n 560 doeken betreft, met enkele aquarels en houtskool werken en wat onbewuste tekeningen

Zoals ik al zegde had ik altijd wel een hulpje nodig voor het opstellen van een tentoonstelling,

Natuurlijk denk iedereen die met schilderen bezig is dat hij er het zwaarste moet aan tillen maar dat gaat allemaal over als het succes groot is.

Ik voelde me wel onwennig de eerste keer op mijn tentoonstelling want men ontmoet op een tentoonstelling wel eens mensen die het beter weten of kunnen en leg het dan maar uit, natuurlijk word men naar gelang men tentoonstelt daar wel harder in en kan mijne " ja " zo goed zijn als zijnen " nee ".

Normaal ben ik maar een Self – made kunstschilder en kon ik niet altijd de juiste kunstwoorden vinden als men mij aansprak, en denk er om op een tentoonstelling wil men alles weten over " hoe " en " waarom " in ieder geval, mijn eerste tentoonstelling was een succes, en toen wist ik al dat er een tweede zou komen.

Tweede Tentoonstelling " Trefpunt Kalmthout 1969.

Intussen had ik mij laten inschrijven in "Trefpunt " een schildersclub in Kalmthout waar ik lid van werd, wij kwamen regelmatig bijeen om over nieuwe technieken te spreken enz. Ik nam daar met Raymond Van Broeckhoven - Petrus Quick en Harry Buyck ( hij werd later conservator van het paleis van schone kunsten van Antwerpen ) en nog vele anderen uit de streek Kalmthout deel aan een gezamenlijke expositie van 31 kempische kunstschilders. Als ik mij niet vergis stelde wij tentoon in een Cultuurhuis.

Daar de tentoonstelling in clubverband werd gehouden, moesten verschillende schilders aanwezig zijn om de toeschouwers te informeren, en bij eventuele koop de zaak regelen. Ik was niet aangeduid om zulks te doen, doch bracht ik op zondag met enkele mensen van Zoersel een bezoek aan de tentoonstelling waar ook werken van mij hingen.

De schilderijen waren niet geprijsd, maar die kon men wel bekomen aan de zogezegde balie. Maar tot mijn groot spijt moest ik vernemen dat toevallig een van mijn vrienden van Zoersel bij een dreef stond die ik daar had hangen en dat er iemand van de bezoekers aan een hostess de prijs vroeg van mijn dreef die er hing maar als antwoord kreeg dat ze dat niet kon zeggen . Dus er was iets dat niet klopte.

Een jury maakte uit dat ik bij de vijf beste schilders behoorde wel te verstaan van die tentoonstelling, het stond zo ook in de krant en heb dat nog in mijn bezit. Van toen was het vertrouwen in mijn zelf compleet. Ik was in trefpunt maar een gewoon schilderend lid, dus ik had niet veel inspraak en mijn aanwerving voor lid te worden gebeurde via Raymond Van Broekhoven, ik stond ingeschreven en dat was voor mij in orde. Nu was het wel zo dat voor de tentoonstelling enkele mensen bij mij thuis kwamen van de club om aan te duiden welke van mijn werken in aanmerking kwamen, en ik moest die maar in orde brengen en inpakken en dan zou Raymond Van Broekhoven die wel komen ophalen.

Dus deed ik wat me werd gezegd, alleen dat ik niet de aangeduide schilderijen inpakte maar volgens mij de beste die ik had staan.

Men kwam de schilderijen ophalen en die werden tegen de volgende zaterdag opgehangen in de tentoonstellingsruimte. Ik haalde daar de 5 de prijs en tot mijn groot spijt ben ik uit de club gezet, daar werd niet gesproken over de verkeerde schilderijen maar er werd gezegd dat ik te ver uit de circulatie van Kalmthout woonde en dat zonder medeweten van de voorzitter die het pas aan de weet kwam dat ik van Zoersel was met mijn 5 de prijs. Vermoedelijk hadden zij gedacht dat ik maar een meeloper was. Heel mooi heb ik ze bedankt. Ik heb er mijn werken niet moeten gaan terug halen want die waren verkocht op de tentoonstelling.

Derde tentoonstelling in samenwerking met het Davidsfonds 1970

Inleiding: Hugo Sebreghts

Jong is het Davidsfonds van St. Antonius Brecht en jong ben ik Kunstschilder Staf Willemsen maar dit belette niet dat noch het Davidsfonds, noch ik kunstschilder grootse plannen koesteren en die zelfde plannen met brio uitwerken en op 4 en 5 april 1970 is het weer zo ver, mijn tweede tentoonstelling komt er aan . Maar voor het zover was moest er nog het een en ander geschilderd worden, ik wilde dieper doordringen en niets aan het toeval overlaten, en toen werd het moeilijker, zo had ik de schaker ontworpen maar voor men een schaker maak aan zijn schaakbord moet men alle pions kennen dus word dat niet op een avondschaft gemaakt. De Schaker hangt nu bij Vlamincks in Mechelen. Ook mijn zelfportret was geen lachertje, die tijd had ik nog een lange zwarte baard en lange haren, en droeg ik nogal eens een strooien hoed en zo heb ik mijn zelfportret gemaakt, misschien maak ik dat nog wel eens voor mijn vrouw nu hangt het bij Jos Maesen toen nog apotheker in Antwerpen, doch vind ik het wel moeilijk want men wil er altijd beter opstaan dan men is.

Ik zal dan weer maar een dertig schildersdoeken of meer ik weet het niet meer gaan looien, want mijn schildersdoeken prepareerde ik allemaal zelf, en dat is niet zo simpel wil men goed gevulde doeken hebben die aan een goede opspanning weerstaan zonder te barsten, ook het lijnwaad moet van goede kwaliteit zijn met een goede weefdichtheid , naar gelang het werk dat men wil maken, mag de weefdichtheid wel verschillen.

Ik die niet met mijn werken zou buiten komen, had het vertrouwen gekregen met de bijval van mijn eerste tentoonstelling en met mijn tentoonstelling in Kalmthout.Ik had nog drie broers die ook de kunst bedreven waarvan een beeldhouwer was met een groot talent en mijn andere twee broers bleven bij het zuivere figuratieve waar het zout in de pap niet met te verdienen was, maar wel fijne kunstwerkers.Mijn werken die ik toen tentoonstelde hadden een andere dimensie meegekregen waar ik later de vruchten van zou plukken. De natuur is onmisbaar voor de schilder doch spreken landschappen mijn niet zo aan, ik leef in mijn schilderkunst van de koppen van een andere die het extreme moeten doen om hun brood te verdienen, of zij die de wereld niet aankunnen en leven als kluizenaars, dat soort werken vraagt niet om kleur maar durfde ik wel somber schilderen om hun inhoud nog beter te belichten, zo had ik verschillende typische koppen op mijn tweede tentoonstelling en die gingen weg als zoete broodjes , natuurlijk zou ik me schamen als schilder om de natuur te negeren ik schilderde landschappen met alles erop en er aan maar ik had de indruk dat het niet mijn sterkste kant was , doch had ik er wel moeite mee om mijn bomen die ik schilderde geen menselijk verstand mee te geven .

En mijn koppen die ik die tijd maakte had ik allemaal op het lijf geplakt dat zij aan de rand van de samenleving leefde omdat ik mij goed in hun leven kon inschatten en ze waardig vond in beeld gebracht te worden.

Ik ben geen pessimist , al geven sommigen van mijn werken dat wel aan "Maar zet ze er maar mooi op als ze lelijk zijn " zij mijn vader altijd, maar ik wilde in mijn doeken met hun meeleven. Zo als de orgeldraaier hangt bij Fons Joris in Sint Antonius, waarbij men kon zien dat hij zijn overjas niet op maat gekocht had maar wel aangedaan had voor de kou zoals hij hem had gekregen van de een of de andere weldoener. Somber schilderen heeft mij altijd wel goed gelegen, ik ben van mening hoe simpeler men werkt hoe meer het werk zich ontwikkeld daar de kleur niet heftig vecht met zijn omgeving.

Mijn schilderwerk was wel goed te combineren met mijn dagelijks werk want van mijn kunst kon ik niet leven. Ik was schildersbaas bij de Firma Laurreyssens, en had ook verschillende schilders onder mijn toezicht soms wel twintig of meer, en dat maakte dat ik er wel eens onderdoor zat , en dan maar pillen slikken, dat had mijn vrouw ooit eens aan de pers laten vallen die op bezoek kwam en het stond een week later in dikke letters in de gazet, dus ge ziet maar hoe ge het zegt.In het kunstschildersvak moet men pretentieloos blijven zo schildert men veel mooier en valt men meer in de smaak van de toeschouwer dat bewees de enorme kijkdichtheid die mij daardoor aanwezen in welke richting ik de zeilen moest zetten. Ik had op de tentoonstelling van het Davidsfonds 38 werken hangen die allemaal spelend zijn verkocht, om niet te spreken van de bijbestellingen. Het Davidsfonds en ik zelf waren zeer tevreden over mijn tweede tentoonstelling. En door weeral die bijval zat ik in de greep van de kunst en zag ik het aankomen dat het met mijn kleine atelier zo niet verder kon, en moest er iets gebeuren, een telefoon had ik al op tweelijnen maar verder stond ik nog nergens dan in mijn kleine atelier. Daar ik bij de Firma Laureyssens werkten vroeg ik prijs en liet ik een atelier waar ik al lang van droomde aanbouwen zodat ik niet meer in de leefruimte moest komen met mijn schilderwerken.Voor mij was dat wel een zware tijd want in de firma was het heel druk en was ik niet altijd vroeg thuis, het was goed dat toen mijn goede buur Leo Van De Peer aan mijn atelier kwam mee helpen of hij had misschien nog niet af geweest en ik had het ook heel druk in mijn kunstwereldje, en heb menige nachten doorgewerkt, zowel voor het een als het ander.

Vierde Tentoonstelling voor Derac Haïti 1974

Ik stelde tentoon ten voordele van Het Medico – Sociaal Project DERAC in Haïti op 27 en 28 april 1974 in de feestzaal Bethaniënhuis toen nog steeds St. Antonius – Brecht.

                                inleiding Advocaat Hugo Sebreghts.

Hugo Sebreghts was voorzitter van het project in Haïti dat wist ik, en daar wij bevriend waren en hij me bijstond waar nodig, wilde ik hem ook een plezier doen en voor zijn project iets speciaals doen.Ik was een denker en ik veronderstelde dat ik in dit geval een ander publiek ging krijgen, natuurlijk wilde dat niet zeggen dat ik mooier of andere stijl moest schilderen, want dat werk zo niet.Ik veronderstelde dat zeker de nonnekens van het huis en zeker moeder overste wel zouden komen maar ik zat daar met een groot naakt op doek geschilderd, en zwaar gekaderd , ze zijn misschien wel niets preuts maar ge kunt maar nooit weten. Voor de geestelijke leider van het Bethanën huis moest ik niet bang zijn want daar was ik al wel eens mee gaan eten , en die durfde wel eens een goede mop vertellen, Waren wij niet aan’t schilderen ?.

Ik bouwde voor Hugo een fijne tentoonstelling op, ik durfde De boerin onder de koe schilderen, om dan weer De begijn Kosteres van het begijnhof van Hoogstraten te schilderen, zoals ik al zei, ook een naakt mocht of moest aanwezig zijn dacht ik, maar tijdens het schilderen wijzigt het werk meermaals want ik probeer altijd de kleur warm te houden, doch luk ik daar niet altijd in , maar steeds meer kon ik de mening horen verkondigen dat mijn voorstellingswereld mooier werd , " wat is het leven mooi dacht ik dan " .Ik schilderde dan de straatmuzikant, of de arenlezer zoals men dat in Sint. Niklaas zegtWe hadden wel een goede datum afgesproken maar op het laats is het altijd duwen en trekken. Leo van De Peer mijn organisator wist maar al te goed wat hij aangenomen had, en had de handen meer dan vol. Ik moest weer sneller gaan werken zonder littekens achter te laten, en dan komt het dat men uit de sporen is en de doek moet van de ezel en er word een ander doek opgezet , maar zo is dat niet gepland

Mijn schilderijen zijn gepland dat is geen probleem, maar het werk moet ook drogen, men kan meer sikketif toevoegen en het drogen versnellen maar dat is geen goed idee daar men de olie liquideert en er geen lange toekomst in het werk zit.Ik heb zo’n 40 schilderijen klaarstaan er waren er wel bij die nog wat wak waren maar ze konden mee.Een paar dagen voor de opening werd de zaal in gereedheid gebracht en de Firma Laureyssen zorgde zoals meermalen voor de panelen en de ophanging volgens nummer. Ook om niet te vergeten Leo Van De Peer was mijn eerste luitenant die moest zorgen dat de briefwisseling weg was naar de goede adressen ,dat er drank genoeg was voor de receptie en dat het geld goed beheerd werd. Inleider Hugo Sebreghts zegde in zijn toespraak dat ik al 20 jaar schilderde, maar dat wist ik zelf niet. Hij zegde dat ik sociaal wil schilderen en dat de weg voor mij open lag. In zijn inleiding dankte Hugo Sebreghts Zuster Xaveria en de medezusters van het convent van Bethlehem voor het ter beschikking stellen van de Feestzaal en de Firma: Laureyssen voor de flinke medewerking.Spreker noemde de kunst van staf Willemsen veelzijdig. Het is een warme kunst, de warmte is een essentieel van zijn kunst. Het naakt heb ik verkocht aan Janssens Beton van Sint Lenaarts, ik heb later nog veel naakten verkocht want in die tijd had dat nog aantrek., ook de wijnproever wist onmiddellijk zijn weg. Hugo Sebreght was tevreden en ook het hele team en tot later.

Vijfde Tentoonstelling voor Pater Verheyen Boënde Zaire 1976

Pater Verheyen, nooit van gehoord tot op een mooie zondagmiddag. Ik was met mijn vrouw uitgenodigd op een receptie bij Emiel Wiggers en ook mijn vriend Leo Van De Peer en zijn vrouw waren uitgenodigd. Toen de receptie gedaan was en wij ons op weg naar huis begaven

kwam daar een persoon aan die een gesprek aanging met Leo van De Peer, en het was Leo Verheyen schoonbroer van hem en natuurlijk broer van zijn vrouw De man was priester pater en wilde zoals zo velen de mensen in Afrika bekeren tot het katholieke geloof, de pater kwam in feite zijn zuster een bezoek brengen daar hij in verlof was uit Zaire maar uiteindelijk zaten ze met hun knieën bij mij onder de tafel ( mijn vouwtje wilde dat zo )en een gezellige babbel over de Kongo bleef niet uit .Pater verheyen was van de orde Missionarissen van het H. Hart en werkte in de Evenaarsstreek Boënde, hoe gezellig zijn vertellingen ook waren , het bouwen van een kerk waarvan ze de steen zelf maakte was wel de moeite om naar te luisteren, want ze hadden hun kerk zo ver af dat er al aan de binnenafwerking moest gedacht worden, waaronder ook een kruisweg en dat was niet voor hem of zijn zwarte helpers weggelegd, want dat ligt zo maar niet in de winkel. Naar nog een wijntje gedronken te hebben gingen zij opstappen, want uiteindelijk was hij gekomen voor zijn zuster en schoonbroer en niet voor mij.Ik wist uit ons gesprek dat een kruisweg in zijn kerk niet voor morgen zou zijn, en dat er geen geld was om een kruisweg te laten maken, ik was van zin hem een kruisweg te maken met een lang krediet, wat uiteindelijk niet is doorgegaan.Ik begon aan een kruisweg te schilderen wat ongeveer een jaar heeft geduurd, en heb de kruisweg met goedkeuring van mijn vrouwtje geschonken aan de kerk in de Evenaarsstreek. Mijn schilderwerk werd ingepakt door de Firma Van Bortel want na het vliegtuig moest het nog een hele binnenlandse reis ondergaan over de rivieren. Ongeveer een maand later heb ik van Pater Alouis Meynen regionaal overste van de missionarissen van het H. Hart van de Evenaarsstreek een dankbrief gekregen.

Later hebben de paters de 14 staties getrokken, op een manier dat ieder statie word opgehouden door een neger, nog andere paters met verlof hebben mij nog komen bedanken.

Ik denk nog regelmatig aan mijn kruisweg die nog altijd in de kerk hangt in Boende waarvan ik een foto heb. Ook heb ik mee naar Boende gemogen in Afrika.Op 22 en 23 April 1976 heb ik voor pater Verheyen nog een tentoonstelling gedaan in de Zaal van de Zusters in Zoersel.

Ik had er maar een 32 werken hangen maar als men in dorpen zoals Zoersel iets voor de missies doet hebt ge altijd werk te kort.

Bij de bekendmaking van deze tentoonstelling liepen de gesprekken in Zoersel hoog op en kreeg ik een bezoek van pastoor Jansens, die wist mij te vertellen dat ik een tentoonstelling deed voor pater Verheyen en dat ik dan best een tentoonstelling kon doen voor alle paters van Zoersel.

En dat kon ik niet nemen, want zelfs ik kende de andere paters niet eens , dat waren schijnbaar pater De Schutter en pater Schrijvers en misschien nog meer, maar dat ik alles moest verdelen onder al die paters dan hadden ze met hun alle een kleinigheid en was het voor mijn geen gift van betekenis .

Als ge weet dat een dorp als Zoersel alles van mond tot mond gaat, dan weet ge wel hoe de kritiek op mijn was , en de ouders van de pater zaten daar ook met verveeld, en wisten niet meer ja of nee te zeggen want ge weet toch hoe dat gaat bij brave mensen zoals de ouders van de pater.

In ieder geval de pastoor van Zoersel was er niet voor te vinden. Dus voor allemaal of niet.Kan u dat voorstellen dat ik geen baas meer was over mijn eigen giften die ik wilde doen, en niet vergeten ik had nog geen locatie in Zoersel waar de tentoonstelling zou door gaan en volgens mijn helper had die gedacht aan de feestzaal van de Zusters in Zoersel. Maar een beslissing was nog niet genomen, en zou het wel lukken daar ik de pastoor tegen had. Ik liet de pastoor links liggen en begaf me op een avond met Leo van De Peer mijn organisator naar de zusters in Zoersel om toch een datum vast te leggen. Maar zou dat wel lukken want de pastoor en de zusters is onder ene hoed hé, maar we werden ontvangen en onder voorbehoud werd er een datum vastgelegd. Er was wachten tot er een telefoon kwam van de zusters, en die kwam positief . De uitnodigingen konden gedrukt worden en alles in gereedheid gebracht

. De roddel in het dorp had geen effect op mijn tentoonstelling voor pater Verheyen, er was veel volk en goed verkocht en ik had mijn steentje bij gebracht voor zijn kerk in opbouw.

Zesde Tentoonstelling voor Pater Fierens Opaz Brazilië

4 en 5 april 1977

Ik stelde tentoon voor het ontwikkelingswerk door Jozef Fierens, Salvador-Bahia-Brazilië Omdat ik de zaal gratis had mogen gebruiken bij een vorige tentoonstelling: Nee? Als ik heerlijk moet zijn had ik veel werk staan. In die tijd had ik verschillende schilders te werk in het Bethaniëhuis in verband met Laureyssens algemeen werkgever, maar door mijn positie moest ik meermalen bij E.Z.Fierens overste van het Bethaniëhuis terecht komen om bepaalde werken te bespreken daar ik het stuur had van de schilderwerken .

Zoals zoiets al eens meer gebeurd liep ons gesprek nogal iets uit daar wij bij een goede kom koffie over haar broer in Brazilië ter sprake kwamen, en dat die mens het daar zo moeilijk had om ieder het zijnen te geven en nog veel meer.

Op een dag moet ik weer bij moeder overste komen om te spreken over het schilderen van de kerk en het goud plakken aan de rechter zijraam, ook moest de godslamp vervangen worden door een andere en zo van alles nog wat .

Dat pater Fierens in verlof ging komen dat wist ik maar dat hij toen al thuis was dat wist ik niet, en zo als ik al zei was hij de overste van het ontwikkelingswerk in Salvador Brazilië.Natuurlijk waren er omhalingen ten voordele van de Pater in zijn verlof en daar ik werk genoeg had staan organiseerde ik een tentoonstelling voor hem want ik kon het niet laten van te helpen.

Te tentoonstelling ging door in de feestzaal van het Bethaniëhuis en was een geweldig succes en dankbrief schonk mij voldoening die luide als volgt. (is ter inzage)

Geachte heer

Vooreerst moeten wij u gelukwensen met uw prachtige kunstwerken welke u op 4 en 5 juni 1977 in de feestzaal van het Bethaniënhuis werden tentoongesteld en te koop aangeboden, met de opbrengst ten voordelen van het ontwikkelingswerk Jozef Fierens, Salvador / Bahia Brazilië.

Deze tentoonstelling kende een geweldig succes. zowel wat betreft het aantal bezoekers als met de vlotte verkoop van uw kunstwerken. Het was dan ook met grote vreugde dat een zeer belangrijke bedrag, opbrengst van de verkoop, door ons( De Bank) kan overgemaakt worden aan Jozef Fierens die dankte uit ganser harten de kunstenaar-weldoener. Namens vrienden van Padre Jozef Fierens.Luk Waterschoot Bandirekteur Handelslei 9 2160 St. Antonius Voor mij was het goed om zo een succes te hebben, ik wilde dus maar verder doen.

Boekengids Algemeen Nederlands Kritisch-bibliografisch tijdschrift 1978

Maandschrift oktober 1978 56 jaargang nummer 8 Blz. 545-672

Lydia Duif. Iconen leren schilderen katwijk aan Zee, servire ; kapellen, De Nederlandse Boekhandel ( 1977) ingebonden 210 Fr.

Waardevol boek, Worden duidelijk aangegeven: prepareren van de planken, verhoudingen van het materiaal. Keuze en combinatie van kleuren mogen ook niet aan het toeval worden overgelaten. Uitleg over de bereiding van de olifa, en de verscheidene technieken. Zeer nuttig voor wie zich interesseert aan Iconen. Staf Willemsen Blz.. 742.Ik verafschuw het als iemand een icoon wil schilderen zonder te weten met wat hij bezig is. Ik doe niet mee als iconen schilder aan zelf verheerlijking.

Zevende Tentoonstelling te Hasselt Project Haïti 1979

Voor de tweede maal stelde ik tentoon voor het medisch project Haïti. Ik had een bezoek gebracht aan een Iconen –tentoonstelling in Chevetogne en had het geluk dat er bij die Orthodoxe priesters bij waren die Nederlands spraken en die mij een hele uitleg aanboden over het ontstaan van Iconen en de waarde die de Orthodoxe kerk er aan echte, en waarom die het meeste voorkwamen in de Balkanstaten.Er bestaan podlinniks, dat zijn boekjes met vaste voorschriften en tekeningen in schetsmatige vorm geschreven door monniken. Het is duidelijk dat de beeltenissen die zo diep ingrijpen in het menselijk bestaan, geacht worden een bijzondere dimensie te bezitten. Ik heb die tentoonstelling bezocht iets wat niet in mijn aard lag want ik ging bijna nooit naar tentoonstellingen om me niet te laten afleiden, doch is het nu gebeurd en wat iconen betreft heeft het mij veel bijgebracht. Ik ben meermalen in chevetogne geweest.

Ik ging mijn verder inleven in de icoonografie, ik had daar al wel mee bezig geweest wat de grondstoffen betrof, iets wat bijna niet haalbaar is, want hoe maakte zij hun kleuren, hun wit blauw hun rood, want in vroegere jaren hield ieder iconenschilder zijn recepten geheim .

Het woord Icoon komt van het Grieks en wil zeggen eikoon of Afbeelding, maar dan is de zaak nog niet opgelost om een icoon te maken.Een Icoon is een Christus of een heiligenprent .De iconograaf prepareert zelf zijn hout, zijn bindmiddelen zijn tempera en zijn vernis, maar hij gaat pas aan het werk na een tijd van vasten en meditatie.

Ik kan daar nog uren over vertellen maar dat is niet de bedoeling .Daar ik had mee gedaan aan een wedstrijd van De Nederlandse Boekhandel een tijdschrift dat ook melding maakte over het prepareren van de grondstoffen en alles wat er bij hoort en ik vermeld werd in jaargang 56 Blz. 545 – 672 kon mijn geluk niet meer op en ben ik begonnen met het schilderen van iconen, maar niet zo maar , maar wel met de nodige voorbereidingen.Ik had het boek Lydia Duif een Nederlandse afkomstig uit Rusland. Met alle aandacht ben ik volgens de regels iconen beginnen schilderen, en ging daar later mee tentoonstellen en weer ten voordelen van het medisch Project in Haïti. Het werd voor mij weer een mooie dag en ieder was tevreden ook D'r. Sebreghts als voorzitter van het project.

Achtste Tentoonstelling voor ziekenzorg te Sint. Antonius met Iconen 1982

Overdaad schaad zegt het spreekwoord, en ja ik had te veel gedaan , want ik moest ook dagelijks zien dat alle hens aan boord waren en er brood verdiend word, maar het was gedaan want ik werd ziek.

Ik was overspannen zij de dokter en mocht een tijd niets meer bezig zijn . En daar stond ik nu met mijn ziekenkas vergoeding, en ik had al voor zo veel geld weggegeven, en werkelijk ik zag het schilderen niet meer zitten .Mijn dankbrieven die ik van verschillende instellingen had gekregen stelde mij gerust, en het denken dat ik goed werk had gedaan moest het dan maar afmaken.

Naar verschillende maanden werd ik stilaan beter, en op een zekere dag kwam ziekenzorg mij iets brengen zoals het met Pasen of een andere feestdag de gewoonte was bij zieke mensen, wie het was of hoe het allemaal in elkaar zat dat weet ik niet meer ,maar voor die mensen bij mij buiten waren wist ik dat ziekenzorg slecht bij kas was. Ik vond dat initiatief om bij zieke mensen iets te brengen zo mooi, dat ik toen al na enkele maanden bezig was hoe ik het weeral klaar moest spelen om die te helpen want ik wist dat ze niet goed bij kas waren.

Ja verder moet ik niets meer vertellen zeker, want het was zo ver, ik zou bij gehele genezing een tentoonstelling voor ziekenzorg doen, en wel met iconen. Dat was in 1982 en werd een van mijn beste tentoonstellingen die ik ooit had gedaan, dat wil zeggen veel volk veel verkoop en er een goede gemoedsrust aan over gehouden, en dat was voor mij wel het bijzonderste.

Toen heb ik van alle kanten bedankkingen gekregen iets wat voor mij meer waard was dan het materialistische, ook de voorzitter, en vele mensen uit het dorp spraken mij aan en zegde dat ik voor eigen volk een goed werk gedaan had. Als ik terug blik op het gene wat ik voor minderbedeelden en zieke gedaan heb, voel ik mij goed in mijn vel. Weeral mag ik mijn organisator Leo van De Peer niet vergeten want heeft ook wat uurtjes versleten in mijn voordeel en dat van een ander met betrekking voor mijn tentoonstellingen . Hij was ook een man die zich kon inzetten om alles goed te doen verlopen, nogmaals dank u Leo.

Iconen in opdracht van de Gemeente Zoersel voor Andaloesië 1986

Op 30 juni vertrekt er een delegatie van uit onze gemeente Zoersel naar het Andaloesiche Lora Del Rio ( Sevilla ) en op 7 juli zullen zij terug keren naar hun kempenland. Vermelden we nog dat de schepen van de jeugd met een gemeenteraadslid deel uitmaken van de delegatie.

Daarenboven is er de actieve deelname van Faustino Blasco ( en dochter ) de Culturele afgevaardigde van het Spaanse Huis in Antwerpen.

De delegatie had natuurlijk de passende geschenken mee waaronder een 4-tal merkwaardige kunstvoorwerpen van Staf Willemsen uit Zoersel (Iconen )

overgenomen

Dirk Van Sichem de Combe.

Tentoonstelling : Opening van de Generale Bank te Sint Antonius

Met de opening van de nieuwe Generale Bank in Sint Antonius werd ik gevraagd om een tentoonstelling te organiseren. De datum moet ik nog achterhalen, ik heb dat werk aangenomen , en heb daar een twintigtal werken opgehangen.Natuurlijk was dat een ander succes dan dat ik gewend was. De werken bleven een maand hangen wat niet gebeurde met ander tentoonstellingen van mij, want dat was gewoonlijk twee of drie dagen ,zij hebben daarna veel vruchten afgeworpen, zoals dat ook gebeurde met ander tentoonstellingen. Het was een fijn tentoonstelling en receptie met geselecteerde deelname van heren en dames, en de wijn was van betere kwaliteit dat die ik gewoon was te schenken, en weeral was de Leo van de partij .

.Verpleeginrichting DE DENNEN Westmalle 30 April 1979

Daar heb ik mij vrouwtje leren kennen , toen nog Lizzy Marsely Rusthuis voor Tuberculose, nu De Dennen verpleeginrichting .Daar ik veel op DE DENNEN kwam door omstandigheden, en ook in contact kwam de hoofdgeneesheer Dokter J. Ferrant die een verwoest verzamelaar was van oude schilderijen en ik meermalen op het kasteel mocht komen, en uren met hem in zijn museum heb doorgebracht, gebeurde het wel eens dat hij me vroeg om een ontspannen of een geblotte kader terug te herstellen, ook kwam hij meermalen bij mij thuis en dan werd er over de kunst gesproken, want hij was een echte kunstkenner, met andere woorden ik heb van hem veel opgestoken. Ik had de indruk dat hij me veel wou bij brengen over oude meesters en nog veel meer.

Daar ik veel in de Dennen kwam en ik op en zondag in de ontspanningzaal was, kwam ik tot de vaststelling dat er in de ontspanningszaal maar alleen kaal geschilderde muren waren, ik vond het echt niet warm, en het spookte weeral door mijn hoofd dat ik daar verandering in zou brengen.

Ik sprak er met mijn vrouwtje over en ze vond het goed dat ik een groot schilderij zou maken voor de ontspanningszaal, ik heb die ook gemaakt en gratis aan De DENNEN geschonken.

15:42 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-09-06

Kunstpatrimonium Antwerpen

De Morgen Kunstpatrimonium Antwerpen en elders laten te wensen over als er niet word opgetreden, onze kunstschatten zullen aan hun lot overgelaten worden, er is geen geld, er zijn wel leerlingen maar geen docenten.

Er zijn over de honderd studenten en is de enige opleiding voor conservatie en restauratie in heel vlaanderen, er zijn elf specialisatie studio's waarvan vier van de elf minstens een maand geen docent is, er werd ook geen vacature uitgeschreven.

 

Theoretische vakken laten inhoudelijk te wensen over en papier/boek werd terug geschroeft tot een dag per week.materiaal word door de studenten zelf gedeeltelijk aangekocht, en van nieuwe technieken is geen sprake.

Men vind geen gehoor bij de directie of departementhoofd volgens de studenten en zouden zich moeten neerleggen bij de situatie, maar zij willen daar geen gehoor aan geven aangzien zij zich willen bekwamen voor de toekomst en ons aller erfgoed.

15:10 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-09-06

EEN WATERZON AAN HET WATER,KAN DAT

IM001445Dit is ook al lang geleden dat ik dat heb geschilderd, ik ben daar bij toeval op uitgekomen en heb er dan maar een foto van gemaakt, want in die tijd bestond digitaal nog niet.

16:42 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-09-06

HOE IK AAN EEN PAARD KWAM

Ik had al meer gedroomd van een paard, en het paard op zich zelf zou er wel komen als ik er maar plaats voor had, en dat was wel een probleem.Ik had van achter in den hof wel een chalet staan maar daar mocht het van vrouwtje de baas niet in staan, dus nu wist ik het ook niet meer.Tot op een dag had ik een goed gedacht, ik zou een paard op de raam van het chalet schilderen en zo kan ik iederen dag mijn paard zien.

14:27 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-09-06

CHRISTUS

Chevetogne was de streek waar ik veel vertoefde

bi j de priesters want daar was de iconographie puur aanwezig,en heb daar veel stof opgedaan om in de leer te komen van het iconen schilderen en al wat er bij  kwam zien van grondstoffen tot de geschiedenis

Deze icoon is door een priester gemaakt in het atelier van de iconenschilders aldaar.

17:47 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

HET GOUDEN HART

Dat was nog in de tijd dat ik me nuttig wilde maken en buiten mijn schilderwerk in mijn atelier,ging ik meermaals naar mijn burauke om te schrijven aan een  brochure voor de scholen met betrekking -GOED ZIJN VOOR DIEREN-uiteindelijk werd de brochure voorgesteld, en van dan af nam ik contact op met de scholen van Zoersel om in verschillende klassen een informatiegesprek te houden.In samenspraak werd de brochure HET GOUDEN HART gedoopt.

Voor mij was het gelukt en ben er nog steeds trots op.

15:10 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-08-06

RADIO. ZOE

Dat ik niet altijd schilder of beelden maak dat wist u al, maar dat ik op radio ZOE. FM al vele jaren aan de eindredactie werkte dat wist u nog niet.Wel dat is een post die ik doe voor me te ontspannen, en zo heb ik ook altijd het laatste nieuws.

15:41 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Zwarten baard met een van zijn werken.

Toen had ik nog een zwarten baard,nu zou me niemand meer erkennen want het is al vele jaren geleden en nu is mijne baard wit

15:11 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

DE TITEL AAN IETS GEVEN IS MOEILIJKER DAN HET BEELD MAKEN;

Ik heb niet altijd zin om te schilderen, dan las ik een beeld in metaal of iets anders maar het gebeurd ook wel dat ik dan  maar een  zetje afmaak en probeer een kopje te maken soms lukt me dat goed en soms mindergoed, maar dit is mischien wel gelukt.

15:02 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-08-06

DE ZOON AAN HET KRUIS EN ZIJN BEDROEVDE MOEDER

Moderne uitvoering in een zwaar harde materie

en gepatineerd.

14:38 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

DE ZOON

De in inox uitgevoerde christus met doorne gekroond aan het kruis op houten achtergrond. 

14:27 Gepost door Staf willemsen eigen werk in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |